Dat we onszelf geen leiders moeten noemen omdat Christus onze leider is. Daar staat het. Zo fundamenteel. Er bestaat geen leiderschap in het lichaam van Christus. God geeft gebieden van verantwoordelijkheid. Functies. Geen posities. Ja, je hebt oudsten. Ja, het is heel duidelijk dat er mensen zijn die een geschenk zijn voor het lichaam van Christus. Diakenen, herders, profeten, enzovoort … wat ik de vijfvoudige bediening noem. Ze hebben geen gaven, ze zijn gaven. Dit is het belangrijkste. Er zijn mensen die een vaderrol kunnen vervullen, maar dat betekent niet dat ze voor farao moeten spelen, mensen die het lichaam van Christus gebruiken om hun piramides te kunnen bouwen. Er staan krachtige boodschappen in de bijbel (Openbaring 2 en 3) waar Jezus zegt: ‘Ik hou van jullie! Maar ik heb een groot probleem; er zijn er onder jullie die de leer der Nikolaieten onderwijzen.’ Nu is het zo dat de Nikolaieten zich boven anderen verheffen in het lichaam van Christus. Ze bombarderen zichzelf tot nummer een en zetten de rest op de tweede plaats. Jezus geeft daar een eenvoudig commentaar op in drie woorden: ‘Ik haat het!’ Dat liegt er niet om. Daarom geloof ik dat God eigenlijk tot ons zegt: ‘Als je op nummer een plaatsen staat, kom dan hier.’ De manier waarop leiders in het Nieuwe Testament functioneren, is gebaseerd op de waarden van Jezus die in Filippenzen 2 staan. Je stapt vrijwillig opzij en houdt niets vast. Het is de kracht van de ‘handdoek in de ring’. Hoe gaan deze leiders met elkaar om? In de bijbel staat: Ze zijn deel van het lichaam verbonden met elkaar (geen individueel leiderschap) onder één hoofd, en dat is Jezus Christus.
De bijbel definieert de relatie tussen leiders door wat ik noem, wederzijdse vrijwillige onderwerping. Alle drie deze woorden: Wederzijds: Ik onderwerp me aan jou, en jij onderwerpt je aan mij. Wie is nummer 1? Niemand. Jezus is nummer een, mijn broer is nummer twee, en ik ben nummer twee. Zo is het goed. Ik geloof dat de Heilige Geest daar al een boodschap voor heeft gegeven. Jezus heeft persoonlijk gesproken tot leiders in dit land: ‘Treed af in mijn naam. Laat niemand nummer een zijn. Als je de stichter van iets bent, de direkteur, of zo, treed af. Haal je handen van mijn kerk af! Scheur je labels van mijn eigendom af! Hoe durf je beslag te leggen op mijn kerk! Geef me mijn kerk terug! Anders kom je onder het oordeel.’
God zal dit aan mensen duidelijk gaan maken en hen de gelegenheid geven zich te bekeren. Maar als ze ongehoorzaam zijn zal de Heer ze verwijderen omdat de tijd dringt. Hij zal ze oordelen. Sommigen zal Hij verwijderen; anderen zullen ziek worden, en weer anderen zullen letterlijk sterven. We zitten hier midden in. Het is verbazingwekkend hoeveel mensen opstappen. Het zou me ook niets verbazen als dat hier ook het geval is. Omdat God het lichaam van Christus nieuwe leiders wil geven, die niet op dit podium gaan staan. Dat is een groot probleem.
Begrijpt gij wat Ik u gedaan heb? Gij noemt Mij Meester en Here, en gij zegt dat terecht, want Ik ben het.
Indien nu Ik, uw Here en Meester, u de voeten gewassen heb, behoort ook gij elkander de voeten te wassen;
want Ik heb u een voorbeeld gegeven, opdat ook gij doet, gelijk Ik u gedaan heb.
Leiderschap
Er zijn twee soorten leiders, - zij die de mensen gebruiken voor hun eigen doeleinden. - zij die zichzelf opofferen ten bate van hun mensen.
De eerste groep is een beeld van het gezag van de wereld, De tweede groep is het gezag van God.
Fil. 2: 5-10
5 Laat die gezindheid bij u zijn, welke ook in Christus Jezus was, 6 die, in de gestalte Gods zijnde, het Gode gelijk zijn niet als een roof heeft geacht, 7 maar Zichzelf ontledigd heeft, en de gestalte van een dienstknecht heeft aangenomen, en aan de mensen gelijk geworden is. 8 En
in zijn uiterlijk als een mens bevonden, heeft Hij Zich vernederd en is
gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood des kruises. 9 Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd en Hem de naam boven alle naam geschonken, 10 opdat in de naam van Jezus zich alle knie zou buigen van hen, die in de hemel en die op de aarde en die onder de aarde zijn.
In
Christus is de roeping om autoriteit te dragen een roeping tot
zelfopoffering, het is een roeping om slaaf te worden en eigen belangen
op te geven. Paulus waarschuwt voor iedere bediening die “zich niet houdt aan het Hoofd” (Kol. 2:19). Hij waarschuwt niet specifiek voor bedieningen die niet onderworpen zijn aan het Lichaam. Dit is zo omdat iemand met het Lichaam verbonden kan zijn zonder een persoonlijke relatie te hebben met het Hoofd. Wanneer
de onderwerping aan het Lichaam meer benadrukt wordt dan aan de
onderwerping aan de Heer, dan heeft dat ernstige gevolgen. Eén van
de grootste fouten die we vaak zien optreden in mensen die in het
leiderschap staan is dat ze de plaats van de Heilige Geest in het leven
van de anderen proberen in te nemen. De Gemeente verlangt dan niet meer naar een persoonlijke relatie met God maar een relatie met God via een menselijke middelaar. Zo krijg je dan geestelijken en leken (zie de leer van de Nicolaieten). Dit neemt de kracht uit de kerk weg de leiders moeten onvoorwaardelijk gevolgd worden en nemen de plaats van Jezus in. De Bijbel zegt “Er is maar één God en ook één Middelaar tussen God en mensen, de mens Jezus Christus”(1 Tim. 2:5) Dus
steeds wanneer een mens of een bediening zich plaatst tussen de Heer en
zijn volk … dan neemt deze de plaats van Jezus zelf in. Een goede relatie met de Heer is het aller belangrijkste element in ieder leven en in iedere bediening. Wanneer
de nadruk meer op de Gemeente komt te liggen dan op de Heer, zijn we de
schepping gaan aanbidden boven de Gezegende Schepper, welke de ware
kracht van het evangelie ontkracht. Niet door het zien naar de Gemeente veranderen wij maar door het aanschouwen van de Heer. Pas
nadat we met de Heer één geworden zijn, kan er een werkelijke
éénwording met Zijn Lichaam plaats vinden en op het zien van het Hoofd
ontvangt het Lichaam zijn éénheid. De Gemeente heeft haar
autoriteit ontvangen om haar geestelijke kinderen te bescherming en
voor te bereiden op een zelfstandige wandel in Christus.
Er is een vers dat duidelijk weergeeft wat Gods orde is voor het leiderschap in de gemeente.
1 Cor.1 12:28 vertelt ons:
En God heeft sommigen aangesteld in de gemeente, ten eerste apostelen, ten tweede profeten, ten derde leraars, verder krachten, daarna gaven van genezing, bekwaamheid om te helpen, om te besturen, en verscheidenheid van tongen.
Geen enkel ander schriftgedeelte geeft een orde voor de gaven. Sommige christen zullen zich verzetten tegen de opvatting dat er enige hiërarchie (rangorde) zou bestaan in de eerste Kerk.
Als we het woord lezen kunnen we de grote rol die apostelen hadden niet ontkennen. Maar in een andere gedeelte schrijft Paulus, hoe zij die gezalfd zijn als apostelen, de laagste plaats is aangewezen, een schouwspel voor de wereld, dwaas om Christus wil en niet in ere (1 Cor.4 : 9-10). Daarom moeten we bezeffen dat Gods orde zoals eerder vernoemd in 1 Cor. 12: 28 niet bedoeld is voor mensen om zich te verheffen, maar voor de erkenning van Gods ontwerp. Sommige gaven zijn hoger of groter dan andere, maar alleen in de gezagstructuur van de Heilige Geest, nooit in het ontvangen van meer eer van mensen.. Christenen worden in ditzelfde gedeelte zelfs tweemaal opgeroepen zich uit te strekken naar grotere of hogere gaven. We mogen ons uitstrekken naar het hogere. Dit is Gods orde.
Deze GEZAGSSTRUCTUUR is precies wat we zien in het N. Testament. Eerst waren er apostelen. Zij benoemde oudsten, namen beslissingen voor de gehele gemeente en hadden overzicht over locale gemeentes. Hun gezag is gebaseerd op hun rechtstreeks door Christus gezonden zijn. Ten tweede profeten. Vandaag worden in de meeste gemeenten waar men profeten aanvaardt, de profeten onder het gezag van de herder geplaatst; dit is onschriftuurlijk en bedroevend voor de Heilige Geest. Als in het Oude testament de profeten de herders aanspraken, vroegen ze onderwerping van hen. In Hand. 13:1-3, zonde de profeten en leraars van de kerk in Antiochië Paulus en Barnabas uit, zonder dat er een herder van de kerk bij betrokken was. Dit betekent niet dat elke profeet gezag heeft over elke herder, maar een profeet die oudste is is een door de gemeente als een profeet erkend is, heeft dat wel. Daarom moeten profeten elkaar onderdanig zijn. Ook zijn ze, als tweede in gezagsstructuur, direkt onderworpen aan de richtlijnen van de apostel. Dan volgen leraars. We hebben het hier over een ambt erkend door de gemeente, waarbij een gezalfde leraar onder presbyterie (ouderlingen-team) wordt geplaatst. Leraren moeten zich onderwerpen aan profeten en apostelen, maar ze moeten gewillig zijn om met andere leraars samen te werken. Ook verbindt God de bediening van een oudste met autoriteit. Bv. apostelen < oudsten (oudsten kunnen zowel apost., profeet, leraar of herder zijn )< diakenen < gemeente. De orde van gezag is bepaald door de zalvingen "onder oudsten". Dan krachten, gaven van genezing. Helpen < dit is een gezalfde plaats waarin iemand staat en op een hele persoonlijke manier aan een apostel of profeet dienbaar is. Apostelen en profeten hebben een helper naast zich, zoals Elia Elisa nodig had. Deze dienstknecht heeft autoriteit nodig in de gemeente en vooral over het bestuur, want hij kent de nodig van de apostel en profeet en weet hoe hen te dienen. Besturen < Deze benaming wordt ook vertaald als leidinggevend, of degene die bestuurt, Het verwijst alleen niet naar iemand die de gave van organiseren heeft, maar naar iemand die gezalfd is in het delegeren van verantwoordelijkheden en het richting geven aan het groepen van mensen. Zij hadden gezag onder de apostelen, profeten, leraars,krachten genezingen, gaven van helpen. Ten laatste komt verscheidenheid in tongen. Dit is de minste gave van het gezagsstructuur. Deze 8 gaven zetten Gods ordening voor leiders neer voor de gemeente.
Het woord apostel betekent "iemand die uitgezonden is". Een apostel is een dienstknecht rechtstreeks door God gezonden, om een specifieke opdracht te vullen. In Handelingen 13 zien we, dat Paulus en Barnabas apostelen werden op het moment, dat de Heilige Geest hen afzonderde om uit te gaan en te prediken. Paulus begon de brief aan de Galaten (1:1). "Paulus, een apostel (niet door mensen, noch door een bemiddeling van mensen uitgezonden, maar door Jezus Christus, en God de Vader, die Hem uit de dood heeft opgewekt)". Een apostel kan wel een gemeente of een denominatie, of een bepaalde groep achter zich hebben staan, niettemin heeft hij altijd een hogere roeping van God. Het kenmerk van een apostel is dat hij inderdaad "een gezondene" van God is.
Ten tweede wordt een apostel herkend aan het geestelijk gezag dat hij heeft. Paulus verdedigde zijn positie als een apostel door te schrijven , "de tekenen van een apostel zijn bij u verrricht .... door tekenen en wonderen en krachten (2 Cor. 12:12). Een apostel kan ook zegeningen vrij maken door zijn woorden, gebeden en het opleggen van handen. Een zendeling vandaag de dag is alleen maar een echte apostel als hij heel in het bijzonder door God gezonden is en als het gaat om apostolisch gezag werkzaam is in zijn bediening. Niet alle zendelingen zijn apostelen, en niet alle apostelen zijn gezonden naar verre landen. God heeft ook voor ons eigen land apostelen deze gave gegeven. De apostolische gave houdt de bekwaamheid in om alles wat nodig is te doen om het werk waar God hem toe gezonden heeft te volbrengen. De apostel heeft de genade om te bedienen in de 4 andere bedieningsgaven van de profeet evangelist herder of leraar. Net zoals de herder bovennatuurlijke aantrekkingskracht heeft voor zijn kudde, zo trekt de apostel leiders aan met de gaven van herder, leraar,evangelist en profeet. Apostels werken normaal gesproken deze verschillende bedienen op om hem te helpen de roeping die God hem gegeven heeft te vervullen. De apostel heeft visie van God, niet herders of bestuurders. De roeping van een apostel is speciaal bedoeld voor een gebied of een volk. Paulus was specifiek voor de heidenen en Petrus een apostel voor de Joden. Door God gezonden te worden houdt in dat iemand gezonden wordt naar een plaats of een groepvan mensen. Sommige apostelen kunnen kleine groepen dienen,anderen weer om het fundament te leggen voor een bepaalde bediening in het Lichaam van Christus. Een apostel is verschillend als profeet,hoewel ze beiden specifieke taken hebben. De profeet heeft een beperkt doel of boodschap en zijn kracht ligt in zijn woorden. De apostel gaat om een bepaalde groep van gelovigen te grondvesten en op te bouwen in alle gebieden van hun levens. Een apostel wordt een vader voor het werk, en hij kan hoofd van een bediening blijven met verschillende leiders onder hem, of hij kan verder gaan, zoals Paulus deed, en het gevestigde werk aan iemand anders overgeven. De bediening van een apostel is meer omvattend en breder dan dat van een profeet. Wat meer is, het fundament dat de tijd doorstaat zijn niet zijn woorden, maar is zijn werk. Het hart van de apostel is nauw verbonden met elk gebied waartoe hij geroepen is. Hij ziet de overkoepelende bediening. Hij heeft een last voor de gemeentes, leiders en al de mensen onder zijn hoede. Het hart van de apostel is GROOT. Uit zijn hart vloeit een geestelijke bescherming en een zalving voor hen onder hen. Als een apostel aanwezig is stroomt er eenheid en vrede in de organisatie. Zij die onder een apostel werken ontvangen van hem energie, ijver en bovennatuurlije zalving vn de Heilige Geest. Dat is de manier waarop de Heilige Geest uit zijn inwendige mens stroomt
Vandaag de dag zouden er veel meer apostelen moeten zijn om de kerk wereldwijd te moeten overzien. Ze zijn nodig voor de opbouw van het Lichaam, totdat we allen de eénheid van het geloof bereikt hebben, moeten we in staat zijn in de loop van de geschiedenis van de kerk meer apostelen te ontdekken dan de oorspronkelijke 12, zoniet honderden leiders die de Kerk door de geschiedenis heen als apostelen gediend hebben.
De prediking van een apostel moet gepaard gaan met bevrijding van boze geesten, het genezen van zieken en krachten. Het is duidelijk dat dit teken niet genoeg is om vast te stellen of een dienaar van God een apostel is, maar het is een eerste kenmerk dat iedere apostolische bediening zal hebben.
2. DE ROEPING MOET DOOR ONAFHANKELIJKE GETUIGEN BEVESTIGT WORDEN (Handelingen (13:1,2).
Wanneer een apostel zover is om in deze roeping te gaan functioneren, zal God dit aan onafhankelijke getuigen openbaren. Dit is de tweede kwalificatie, en dit is volgens een vast principe in de schriften. Iedere goddelijke zaak die de Heer wil vastleggen in de Gemeente wordt bekrachtigd door twee of drie onafhankelijke getuigen. God zal vooral profeten geven als getuigen voor de apostelen.
3. GOD GEEFT OOK ANDERE DIENAREN AAN DE APOSTEL (Hand. 20:4,5).
God geeft aan apostelen andere bedieningen om samen met hen te werken in teambediening onder hun gezag.
Er zijn veel personen die een gemeente pionieren met kennelijk resultaat en met Gods genade. Dit maakt hen nog niet noodzakelijk tot apostel. Wanneer er echter herhaaldelijk succes is in gemeentestichting, gepaard met de andere bovengenoemde kenmerken, zal dat zeker een bewijs zijn van een apostolische roeping.
5. AANZIENLIJKE TEGENSTAND VAN DEMONSICHE VORSTEN (2 Kor. 12:7) De apostolische bediening kan herkend worden door de mate van weerstand die ze krijgt. Dit kenmerk wordt door de Gemeente gemakkelijk over het hoofd gezien en verkeerd begrepen. De Gemeente lijkt te geloven dat bedieningen die geen tegenstand ervaren en geaccepteerd zijn wel gezegend moeten zijn, en dat van bedieningen die bestreden worden door andere wel iets niet deugt. Juist het tegendeel is waar. Die bedieningen die vooroplopen in kracht en vernieuwing zullen ook grote tegenstand van de vijand ervaren.
Een herder is niet iemand die een kerk leidt, twee of drie keer per week preekt en mensen helpt in nood. Wat is een herder .. De gave is een zalving van God, die het hart van een mens verandert en de Heilige Geest toelaat bepaalde gebondenheden te vebreken.
Het is het hart van een herder, om te zorgen voor mensen en hen te weiden. Een echte herder heeft verdriet, als zijn mensen in moeite zijn, en verblijdt zich als ze gezegend worden en met God wandelen. De ogen en gedachten van een herder zijn voortdurend op zijn kudde. Zijn leven is intens verbonden met zijn gemeente. De gave die een herder bezit is het hart van God, om Zijn volk te weiden. De zalving van een herder laat de Heilige Geest toe om door hem heen te stromen op een zodanige manier , dat de mensen op een bovennatuurlijke manier bij elkaar brengt. De herderlijk zalving breekt gebondenheden, De door de Geest geleide woorden, die uit het hart en de mond van de herder komen, maakt dat men ontspannen is, samenkomt, en zich veilig voelt in het Lichaam van Christus. De herder is Gods kanaal waardoor Hij Zijn bijzondere liefde laat zien en Zijn volk omtuint.
U moet er zich onmiddellijk van bewust zijn dat veel Christelijke leiders van vandaag "Herders"genoemd worden, terwijl ze niet Gods zalving hiertoe hebben.
Herderlijke zalvingen kunnen op verschillende leden van de gemeente zijn.
Herderlijke zalvingen schept "een bepaalde relatie" tussen de herder en de mensen. Wees er van bewust dat een herder beperkt is in het aantal mensen waar hij voor zorg voor kan dragen. Gemiddelde aantal die een herder weidt is ongeveer 50 mensen. Niettemin als u nader zou toezien op degene die deze gemeente leidt zult u zien dat hij hoewel hij "herder" genoemdt wordt, eigenlijk gezalfd is als apostel, profeet, leraar of als bestuurder, deze hebben een andere relatie met de mensen. Profeten en apostelen kunnen grotere groepen vermanen en bedienen. In tegenstelling hiermee is de herder niet alleen bezig met organiseren, leiden, onderwijzen of vermanen, hij moet weiden, en dat houdt in dat hij een groot deel van zijn tijd doorbrengt met elk schaap. Als gevolg hiervan is de herderlijke zalving beperkt in het aantal mensen die hij kan bedienen. Een herder die werkelijk gezalfd is put geestelijke kracht uit een apostel en profeet. Sommige herders putten kracht uit mannen en vrouwen van God uit voorbije tijden of anderen leunen opde leiders van hun eigen dominatie. Herders moeten geestelijk te zien overleven. In tegenstelling hiermee kunnen apostelen en profeten wel gemeenschap hebben met elkaar, maar omdat ze rechtstreeks door God geroepen zijn, leunen ze niet op een geestelijk figuur boven hen. Elke herder zal geestelijk sterven als hij niet een apostel of profeet heeft om zich op te richten. Dit is een feit.
APOSTEL OF PROFEET / GEESTELIJKE KRACHT EN RICHTING / HERDER
De apostolische of profetische invloeden moeten niet worden gekleineerd. Elke herder is door God gezalfd om mensen te trekken, maar wat hij dan met de mensen doet hangt voornamelijk af van de apostel of profeet waar hij zijn kracht en leiding van ontvangt. Elke herder dient onder het gezag van een apostel en/of profeet te staan. Het gaat er hier niet om om een herder te dwingen onder een geestelijk hoofd te staan. Nee. Het is veeleer een verwezelijking van hoe God Zijn Lichaam ontworpen heeft en dan in Zijn plan mee te laten stromen. Het is verkeerd voor een herder, om geestelijk kracht te putten uit een apostel en profeet en zich niet te willen stellen onder het hoofd. Hij dient te werken met andere bedieningen en hij is bezig met "toerusten'". De zorg als herder staat ook in Ezechiël 34. Nergens in het nieuwe testament is een voorbeeld te vinden van een herder die een plaatselijke gemeente leidt of tussen een oudsten-team van een gemeente is, waar is dan hun plaats???? En vermelde God de gave van herder niet tussen de gezagsgaven in 1 Corintiërs 12:28 ? Gods bedoeling voor de herders was om tussen de schapen te werken, niet om te besturen. Zoals de evangelist in de wereld hoort te zijn, dient de herder in de kudde te zijn. De voornaamste rol van de herder is de kudde verzamelen in de gemeente. Elke stad had een team van oudsten, met inbegrepen een apostel, profeten, leraars enz. en onder dat leiderschap waren er talloze kleinere groepen die meer persoonlijk, intiemere bedieningen uitwerkten, dit waren de gezalfde herders. Merk op, dat een herder niet iemand was die 4 jaar bijbelschool had gehad gedaan en een certificaat had. Hij was niet een bestuurder of apostel. Hij was niet iemand die een bouwprogramma maakte, financiën overzag, op zondag preekte en in een pastorie leefde. Hij was een christen, met een unieke gave van God en een hart met liefde voor de mensen. Wees u er van bewust dat indien u deze gezagsorde van het N. Test. aanvaardt, u genoodzaakt zult zijn de herder uit de rol als voorganger te zetten. Hou ermee op de voorganger "herder"te noemen. Open dan uw ogen en kijk in uw Bijbel.
Wie was de eindverantwoordelijke ?
Dat waren de apostelen.
Waar waren de herders ?
Zij waren niet op bestuurlijke plaatsen. Ben u bereid, om uit te breken uit het gedachtenpatroon, dat ontwikkeld is bij de traditionele kerkgangers van vandaag en u werkelijk te openen voor de Nieuwe-testamentische structuur ? Dit is het.